Naar inhoud

Spoorwerkplaats wordt stadshuiskamer

Industrieel erfgoed als identiteitsdrager

De NS Werkplaats is een staalkaart van anderhalve eeuw spoorbouwkunst en speelt een belangrijke rol in de herontwikkeling van de spoorzone.

Rond de eeuwwisseling besluiten de Nederlandse Spoorwegen (NS) en Prorail enkele belangrijke treinstations in Noord-Brabant te vernieuwen. Het reizigersverkeer groeit en de stationsomgeving blijkt steeds vaker een gewilde vestigingsplaats voor bedrijven en bewoners. De gemeente Tilburg ziet in de plannen een uitgelezen kans om haar binnenstad uit te breiden. Het project moet ook de wijken die in 1860 door het spoor van het centrum werden afgesneden, weer met de rest van de stad verbinden. Het fraaie stationsgebouw uit de wederopbouwtijd met zijn karakteristieke 'kroepoekdak' krijgt bovendien een opknapbeurt en nieuwe fietsenstallingen plus een busstation.

De Houtloods, het oudste pand op het terrein
De Houtloods, het oudste pand op het terrein

Staalkaart van anderhalve eeuw spoorbouwkunst

Van begin af aan is het duidelijk dat de monumentale gebouwen van de voormalige NS Werkplaats een belangrijke rol in de herontwikkeling van het stationsgebied zullen spelen. Het complex werd vanaf 1867 gebouwd om treinstellen en locomotieven op de nieuwe Zuidelijke Lijn te onderhouden en repareren. In de loop van ruim 140 jaar is op het bijna dertien hectare grote terrein een groot aantal reparatiehallen en werkgebouwen neergezet volgens de allernieuwste bouwtechnieken van dat moment. Zo kent het oudste pand, de Houtloods, nog een houten kapconstructie. De imposante Locomotiefopstelplaats ('LocHal') uit 1933 valt op door zijn uitbundig gebruik van glas en staal.

In de loop van de jaren zijn gebouwen vervangen of aangepast aan de eisen van de tijd. Het complex heeft desondanks zijn samenhang behouden en kan als een staalkaart van anderhalve eeuw spoorbouwkunst worden gezien. De gemeente en NS zijn zich rond de eeuwwisseling ook bewust van de grote cultuurhistorische waarde van het terrein. In 2000 sluiten ze een convenant om vooruitlopend op mogelijke herbestemming zes karakteristieke gebouwen te behouden. Voordat de gemeente in 2010 het gehele complex van de NS overneemt, bouwt ze een van de kleinere panden, het Deprezgebouw, om tot bedrijfsverzamelgebouw. Het laat zien dat het de stad ernst is met het behoud en de herontwikkeling van het gebied.  

Het Deprez-gebouw is als één van de eerste panden herbestemd.
Het Deprez-gebouw is als één van de eerste panden herbestemd,

Middenin de economische crisis zetten de gemeente en gebiedsontwikkelaar VolkerWessels in een masterplan de grote lijnen uit voor de transformatie van de spoorzone. De zes beeldbepalende panden uit het convenant met de NS, waaronder de LocHal, Smederij en Polygonale Loods, blijven behouden. Veel andere historische gebouwen moeten plaatsmaken voor grootschalige kantoren en appartementengebouwen. In afwachting van concrete nieuwbouwplannen mogen creatieve ondernemers de lege hallen en loodsen in gebruik nemen en het gebied bij de Tilburgers op hun mentale kaart zetten. Die missie slaagt en in korte tijd groeit het voorheen afgesloten gebied uit tot een spannende plek  voor innovatieve bedrijven. In de avonduren zorgen onder meer een dansclub, theater, bierbrouwerij en cultuurfabriek voor jongeren voor een bruisende sfeer.  

Van grootschalige sloop naar behoud

Door het succes van deze smaakmakers dient de gemeenteraad eind 2014 een motie in om een groter deel van de Werkplaats te behouden en definitief een culturele of maatschappelijke functie te geven. De oude Houtloods is dan al succesvol verbouwd tot café-restaurant, en het Ketelhuis is van een voortijdige sloop gered. Het stadsbestuur staat open voor een andere aanpak. Ze beseft dat de tijdelijke initiatieven de identiteit van Tilburg versterken. Aan het behoud van het spoorerfgoed hangt wel een stevig prijskaartje. De opbrengsten uit toekomstige vastgoedontwikkeling zijn al in de grondexploitatie verwerkt. De stad besluit haar verlies te nemen en boekt ruim 22 miljoen euro af op het project.

De Wagenmakerij is tegenwoordig een evenementenlocatie
De Wagenmakerij is tegenwoordig een evenementenlocatie

'Identiteit als creatieve maakstad versterken'

'De economische crisis heeft ons geholpen om in te zien dat grootschalige sloop niet de beste manier is om een gevarieerde stadswijk te ontwikkelen. Het is juist een kans om de unieke  gebouwen van de Werkplaats in te kunnen zetten om nieuwe initiatieven uit het onderwijs en het midden- en kleinbedrijf te faciliteren. Dat past bij onze identiteit als creatieve maakstad', vertelt gemeentelijk projectleider Anouk Thijssen. Voor de kleinere panden onderzoekt de stad of ze met een low budget opknapbeurt toegankelijk kunnen blijven voor broedplaatsachtige bedrijfjes. 'Sommige tijdelijke voorzieningen zijn een belangrijke functie in de stad gaan vervullen. Die willen we graag behouden'. De beeldbepalende Wagenmakerij en Koepelhal blijven in de toekomst in gebruik als evenementenlocatie. Voor de Polygonale Loods en de LocHal zijn recent juist nieuwe bestemmingen gevonden. In het eerste monument heeft zich een innovatieve horecaondernemer gevestigd. De LocHal wordt verbouwd tot nieuwe huiskamer van de stad, met onder meer de hoofdvestiging van de bibliotheek, kennis- en expertisecentrum KunstLoc en een vestiging van het werk- en vergaderconcept Seats2Meet.

"De economische crisis heeft ons geholpen om in te zien dat grootschalige sloop niet de beste manier is om een gevarieerde stadswijk te ontwikkelen."

Contact

Hoofdkantoor van de Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedInfodesk

voor algemene vragen

info@cultureelerfgoed.nl 033-4217456