Naar inhoud

De Deltawerken leren van het verleden

Aanpak: Blik op de bouw van de Deltawerken biedt kansen

Bij de oorspronkelijke bouw van de Deltawerken zijn techniek, ontwerp en het effect op het landschap in samenhang bekeken: een integrale benadering dus. Om te kunnen leren van dat verleden – en de eigen methodieken aan te kunnen vullen – is een analyse uitgevoerd van 16 werken in de delta. Daarbij is er gekeken hoe de waterwerken tot stand kwamen en wat de bijzondere kenmerken zijn van elk werk.

auto’s over de Veerse Gatdam
De Deltawerken zijn al sinds het prille begin een toeristische attractie, zoals hier bij de opening van de Veerse Gatdam

Deltawerken én ‘werken in de delta’ geanalyseerd

In totaal zijn er 16 waterwerken in de delta van Zuid-Holland en Zeeland geanalyseerd. 14 daarvan horen officieel bij de Deltawerken: de Algerakering, de Zandkreekdam, de Volkerakwerken, de Veerse Gatdam, de Grevelingendam, de Haringvlietdam, de Brouwersdam, de Oosterscheldekering, de Philipsdam, de Oesterdam, de Markiezaatskering, de Bathse spuisluis en –kanaal, de Hartelkering en de Maeslantkering. Daarnaast zijn ook het Sluizencomplex Terneuzen en de Zeelandbrug meegenomen, hoewel deze officieel niet vallen onder de Deltawerken. Deze projecten zijn namelijk door de provincie Zeeland zelf aangelegd. Om toch volledig te zijn, zijn deze ook onderzocht.

Hoe is de inventarisatie en analyse van de werken gedaan?

De 16 waterwerken zijn bekeken in de volgorde waarop ze zijn gebouwd. Bij elk waterwerk is gekeken naar een aantal onderdelen: technisch vernuft, geschiedenis, ontwerp en landschappelijke betekenis. Daarbij is gekeken naar hun specifieke kenmerken; denk aan architectuur, materiaalgebruik, ritmiek, kleurstelling, robuustheid en techniek. Ook is gekeken naar de rol die het werk vervult naast zijn beschermende functie. Is het werk maatschappelijk relevant? Was er sprake van een belangrijke natuurontwikkeling, zoals de overgang van zoutwater- naar zoetwatergebied bij de Veerse Gatdam? Of functioneert het waterwerk ook als recreatiegebied, zoals de Brouwersdam?

Ontwikkelingen in de ruimte vereisen vernieuwde methodes

Om te kunnen komen tot een nieuwe methodiek, is er in het onderzoek ook uitgebreid stilgestaan bij de bestaande methodes om de waarde van een werk te kunnen bepalen. Daarvan zijn er 2: één van Rijkswaterstaat en één van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Om te komen tot een aanvulling hierop, zijn de methodes naast de analyse van de Deltawerken gelegd. Het bleek dat de methodes individueel nog niet tot dezelfde conclusies kwamen als de analyse van de werken. Beide houden zich met name bezig met de objecten, dus de dam, sluis of waterkering, en niet zo met het omringende landschap. Maar bestemmingsplannen voor het landschap tasten net zo goed de bijzondere waarden van de Deltawerken aan als opknapwerkzaamheden aan de werken zelf. Waar het gaat om het omringende landschap moeten de bestaande methodes dus aangevuld worden.

Brouwersdam als voorbeeld

In de analyse van de Deltawerken is intensiever gekeken naar één van deze werken: de Brouwersdam. In de casus is een quick scan gedaan van het bestaande ruimtelijk en landschappelijk beleid voor de Brouwersdam. Daarbij bleek dat er in het beleid weinig tot geen aandacht is voor de oorspronkelijke ontwerpprincipes en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de dam. Er is geen integrale analyse van de dam uitgevoerd die als basis kan dienen voor ontwikkelplannen. Er is veel beleid binnen provincies en gemeenten, maar dat beleid is vaak niet op elkaar afgestemd. Ook hieruit blijkt weer: een integrale blik is nodig.

“Het gaat om openstaan, nadenken over de samenwerking van disciplines… Dan krijg je kwaliteit.”

Ir. M.J. Loschacoff, ruimt 25 jaar directeur Uitvoering van de Deltadienst

Contact

Ellen VreenegoorEllen Vreenegoor

Programmaleider Eigenheid en Veiligheid

e.vreenegoor@cultureelerfgoed.nl 033-4217335