Naar inhoud

Geef landgoederen de ruimte

Breder bestemmen voor beter behoud

Het duurzaam in stand houden van landgoederen kost geld – véél geld. Er zijn paden, lanen, huizen, bossen, parken en waterpartijen te onderhouden. Dat geld wordt vooral verdiend met het verpachten van land of het verhuren van gebouwen, en in mindere mate ook met houtkap. Daarbij ervaren landgoedeigenaren de regels in het bestemmingsplan, die vaak zeer behoudend zijn, als obstakel. En krijgen zij steeds vaker de begroting niet rond. Het rapport Ruimte op Landgoederen laat zien hoe het anders kan.

Voor het landgoed de Hoorneboeg in Hilversum lijkt er een oplossing gevonden te zijn voor het begrotingstekort. Door alle gebouwen in het gebied de bestemming ‘Gemengd’ te geven, geeft het kersverse bestemmingsplan de eigenaren de kans om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. De invulling is flexibel: een restaurant, een conferentiecentrum, een hotel, woningen, kleinschalige bedrijven, of een trouwlocatie. Het kan allemaal, en ook op verschillende plekken – veel van de functies zijn uitwisselbaar. Dat maakt de verhuur of verkoop, waarmee het onderhoud van het hele landgoed wordt bekostigd, in de toekomst een stuk eenvoudiger. Zo’n gemengde bestemming is tot nu toe heel ongebruikelijk, maar toch zeer aan te raden volgens Jeanine Jentink, planoloog bij Buro SRO en werkzaam voor het Landgoednetwerk. “Natuurlijk zijn er voorwaarden aan verbonden die voorkomen dat het te druk of te vol wordt. Maar daar zijn landgoederen zelf ook totaal niet op uit. Iedereen wil uiteindelijk hetzelfde: het zo goed mogelijk bewaren voor de volgende generaties.”

Meer bewegingsruimte

In opdracht van het Overijssels Particulier Grondbezit (OPG) en met subsidie van de provincie Overijssel schreef Jentink het rapport Ruimte op landgoederen. Het bevat een hele reeks voorbeelden van een nieuwe manier van bestemmen. Terwijl buitenplaatsen vaak nog conventioneel bestemd worden, pleit zij voor meer bewegingsruimte en maatwerk. Zo is het voor een landgoedeigenaar bijvoorbeeld belangrijk om hout uit de bossen te kunnen oogsten; met de financiële opbrengsten daarvan kan het dak van die monumentale schuur misschien weer gerepareerd worden. Maar binnen de gangbare bestemming ‘Natuur’ is dat niet altijd zonder meer mogelijk. Door het landgoed deels als ‘Bos’ te bestemmen, mag er in beperkte mate hout gekapt worden zonder dat de eigenaar hier een extra vergunning voor aan hoeft te vragen.

“Het jasje van de huidige standaarden is wat te krap voor landgoederen, daar proberen we een mouw aan te passen.”

Jeanine Jentink

Economische eenheid

De rode draad in het rapport is dat je een landgoed beter kunt bewaren als je de verschillende aspecten niet afzonderlijk bekijkt, maar als een geheel. Een landgoed is niet alleen een landschappelijke en architectonische eenheid, maar ook een economische eenheid, waarin rendabele onderdelen geld opleveren om de onrendabele onderdelen te bekostigen. En dat vergt nogal wat passen en meten. Een ‘dichtgetimmerd’ bestemmingsplan maakt dat er niet makkelijker op. Als een boer op het landgoed stopt en de boerderij met de schuren leeg komt te staan, kan de boerderijfunctie normaliter niet zonder een tijdrovende en kostbare juridische procedure in een woonfunctie veranderen. De eerder genoemde ‘gemengde bestemming’ biedt uitkomst. Een verbouwing van kippenschuur tot stalwoning – zoals gebeurde op landgoed Overvelde in Diepenveen – vergt dan geen bestemmingsplanwijzing om de broodnodige inkomsten veilig te stellen.

Krap jasje

Het rapport werd in 2015 gepresenteerd als een ‘instrumentenkoffer, waaruit men naar believen ideeën of inspiratie kan halen’. Opdrachtgever Joukje Bosch: “Het jasje van de huidige standaarden is wat te krap voor landgoederen, daar proberen we een mouw aan te passen. Uiteindelijk pleiten we voor meer flexibiliteit voor het ontwikkelen van landgoederen door een landgoedgerichte aanpak. Het rapport laat zien dat die tendens er is en de eerste resultaten zijn positief.” Met het oog op de nieuwe Omgevingswet wordt inmiddels alweer gewerkt aan een update van de publicatie – om de jas nog passender te maken. “De nieuwe wet gaat uit van een integrale benadering met meer ruimte voor maatwerk, dus dat is positief.” Daarvoor zullen gemeentes de strakke regeltjes wel los moeten durven laten, beaamt Jentink: “Behoudend bestemmen is uiteindelijk de doodsteek voor landgoederen. Je moet kunnen vernieuwen om te blijven bestaan. Dat is door de eeuwen heen altijd zo gegaan.”

Contact

Hoofdkantoor van de Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedInfodesk

voor algemene vragen

info@cultureelerfgoed.nl 033-4217456