Naar inhoud

De rol van erfgoed in krimpregio’s

Resultaat: erfgoed buigt negatieve spiraal om

Uit de voorbeelden in Frankrijk, Duitsland en Engeland blijkt dat respect voor de lokale of regionale geschiedenis en inzetten van het erfgoed een negatieve spiraal kan ombuigen. Welke lessen zijn er te leren van de krimpregio’s in het buitenland?

Bauhauspand in Dessau, Duitsland
Dessau gebruikt het Bauhausverleden om toeristen te trekken. Beeld: Wikimedia Commons, Lelikron

Erfgoed kan toerisme en nieuwe bewoners aantrekken

Erfgoed kan dienen als ‘uithangbord’ om toeristen te trekken, en soms zelfs nieuwe bewoners. Zo werkt erfgoed eraan mee om krimp te bestrijden. Een belangrijke kanttekening daarbij: deze strategie beperkt vaak alleen de krimp, maar voorkomt die niet. Het blijft dus belangrijk om ervoor te zorgen dat het gebied prettig blijft om in te leven.

Erfgoed kan nieuwe (pioniers)activiteiten stimuleren

Erfgoed kan een voedingsbodem zijn om nieuwe activiteiten naar krimpgebieden toe te trekken. Denk aan de creatieve geesten die zich in Manchester vestigden. Enthousiasme en ondernemersgeest zijn nodig om erfgoed in krimpgebieden als voedingsbodem te laten dienen. Een nieuwe vorm van beheer is nodig: het is belangrijk aan te sluiten bij lokale initiatiefnemers en investeerders. Ook deze strategie beperkt de krimp, maar lost deze niet op.

Erfgoed geeft houvast, identiteit en binding aan bewoners

Erfgoed kan ook een plek zijn waar bewoners zich verzamelen. Het erfgoed bindt mensen aan hun omgeving doordat zij er houvast en identiteit aan ontlenen. Denk aan het Gartenreich in Duitsland. De trots van de bewoners op hun erfgoed verbindt hen met de plek en het gebied. Inwoners voelen ook een grotere verbondenheid met elkaar wanneer zij zelf bijdragen aan herstel en beheer van erfgoed.

“Krimp… Ik kan het woord eigenlijk niet meer horen. Zo relevant vind ik het niet dat er een paar huizen leeg staan. Laten we liever vooruitkijken en niet meteen alles slopen – dat kan altijd nog.”

Jürg Sultzer, Duits stedenbouwer, in Der Spiegel 8, 2006