Naar inhoud

De rol van erfgoed in krimpregio’s

Aanleiding: herstel van de groei is niet overal te verwachten

Het besef dat we in Nederland structureel te maken hebben met krimp veroorzaakte een kleine schokgolf. Alle mechanismen van ruimtelijke planning in Nederland zijn sinds de Tweede Wereldoorlog georiënteerd op groei. Zeker nadat in 2008 de financiële crisis uitbrak, werd duidelijk dat herstel van de groei in veel gebieden geen reële optie meer is.

Industrieel erfgoed in Dessau, Duitsland
Juist in krimpgebieden kan goed beheerd erfgoed zorgen voor trots en nieuw optimisme. Beeld: Jens Gloger

Erfgoed verleent trots én economische voordelen

In sommige krimpgebieden zijn erfgoedbeheer en ruimtelijke ontwikkeling al met elkaar verweven geraakt. Leegstaande gebouwen krijgen een nieuw gebruik. Oude landschapsstructuren krijgen een eigentijdse betekenis. Zonder dat dit de bijzondere waarden van het gebouw of het gebied aantast. Zo geeft de nieuwe functie een basis om erfgoed te onderhouden, maar geeft ook het erfgoed nieuwe trots, eigenheid en economische waarde aan de omgeving.

 

Erfgoed levert ook een risico op

Vaak vertrekt de eigenaar van een pand in een krimpgebied zonder dat er meteen een nieuwe bewoner of eigenaar beschikbaar is. Het pand staat dan leeg en wordt niet onderhouden; het heeft dus geen economische waarde meer. Ook als er wel een nieuwe eigenaar is, kan het zijn dat de kosten voor het onderhoud te hoog worden, en dat onderhoud van erfgoed onder aan het lijstje komt te staan. Met dat spanningsveld van erfgoed en krimp hebben ook buitenlandse regio’s te maken. Een verkennend onderzoek naar de aanpak in een aantal Duitse, Franse en Britse krimpregio’s kunnen de Nederlandse praktijk tot voorbeeld strekken.